Laten wij daarom .... doorgaan tot de volmaaktheid! Hebreen 6:1
Leer uzelf om uw ogen, oren en tong te beheersen

WOORD VOOR DE WEEK 

Maart (4), Christian Fellowship Church, Bangalore, India

http://www.cfcindia.com 

Leer uzelf om uw ogen, oren en tong te beheersen

Zac Poonen

Het Nieuwe Testament leert ons om een grote nadruk te leggen op het beheersen van lichaamsdelen zoals de oren, de ogen en de tong. In Romeinen 8:13 zegt Paulus dat wij niet van een geestelijk leven kunnen genieten wanneer wij  de daden van het vlees niet doden door de kracht van de Geest. In 1 Korintiërs 9:27, verteld Paulus ons hoe hij zijn eigen lichaam beheerste. Het maakt niet uit welke ervaring of heiliging wij hebben meegemaakt of doorgemaakt, wanneer wij heilig willen leven, blijft het noodzakelijk om de werking van bepaalde delen van ons lichaam onder controle te houden, zoals Paulus dat tot het einde van zijn leven deed.

Wij moeten gedisciplineerd zijn met betrekking tot de gesprekken waar wij onze oren op gericht hebben. Wij kunnen geen tijd besteden aan het luisteren naar roddels en laster en toch verwachten dat wij de stem van God kunnen verstaan.

Wij moeten onze ogen onder controle hebben in hetgeen waarnaar wij kijken en wat wij lezen – special vandaag de dag. Niet slechts een enkeling is als zendeling of dienaar van God in onzedelijkheid vervallen simpelweg omdat hij zijn ogen niet onder controle had. Hoe velen zijn er niet die herhaaldelijk terugvallen doordat zij hun gedachteleven niet beheersen. Psalm 119:37; “Wend mijn ogen af, zodat zij niet zien wat nutteloos is;” is een gebed wat constant op onze lippen moet liggen.

Ook onze tong moet onder controle staan van de Heilige Geest. Er is, binnen de Christelijke gemeente, waarschijnlijk geen grotere verspreider van geestelijke dood dan de tong. Toen Jesaja Gods Heiligheid zag, werd hij overtuigd van de wijze waarop hij zijn tong gebruikt had. Aanvankelijk had hij zich dit niet gerealiseerd totdat hij zichzelf zag in het licht van God.

Er werd door de Heere tegen Jeremia gezegd dat hij alleen Gods spreekbuis kon zijn wanneer hij zijn tong op zorgvuldige wijze gebruikte, wanneer hij verstandige taal sprak en zich niet liet verleiden tot grootspraak (Jeremia 15:19).

De profeten konden zich niet veroorloven om onzorgvuldig te zijn in het gebruik van hun tong, anders zouden hun privileges als Gods woordvoerder verbeurd verklaard worden. Zij konden zich niet inlaten met loze gesprekken, nutteloos gekakel, roddel, lasterpraat en kritiek en ermee weg komen. Zij zouden daardoor hun roeping verliezen. Dit kan één van de redenen zijn waarom wij tegenwoordig bijna geen profeten meer hebben.

Wanneer God ooit Zijn woord in onze mond gelegd heeft, dan is het onze alomvattende verplichting om er voor te zorgen dat onze lippen alleen in Zijn dienst staan. Wij kunnen niet de ene dag een deel van ons lichaam in Zijn dienst gebruiken en de volgende dag inzetten tot ons eigen goeddunken. Wat eens aan hem is aangeboden is voor altijd van Hem.

Zoals in de geneeskunde een dokter heel vaak aan de toestand van de tong onze gezondheid kan vaststellen, geldt dit ook op geestelijke terrein. Jakobus zegt ons dat de wijze waarop een mens zijn tong gebruikt, laat zien hoe geestelijk hij is (Jakobus 1:26). Hij maakt zich er sterk voor om te verklaren dat de mens die zijn tong beheerst, een volmaakt mens is (Jakobus 3:2).

©Copyright Zac Poonen